Hoofdstuk 1 + 2 · herhaling
Welke bingokaart heb je?
Je speelt drie rondes. De iPad trekt een kaartje. Past er een begrip op jullie papieren kaart? Streep het door.
Pak jullie bingokaart. Tik het nummer dat bovenaan staat.
Tik op het nummer van jullie kaart.
Kaart
Kies de ronde
Pak voor elke ronde een nieuwe kaart met jullie nummer en omcirkel de ronde. Overleg eerst samen, streep dan pas door.
Ronde 3 heeft bronnen. Eén foto is heftig: die zit achter de knop “Toon foto”. Jullie kiezen zelf of je hem bekijkt.
Kaart 1
Ronde 1
1 rij
Klaar om te trekken
Tik op Trek voor het eerste kaartje.
Je leest een eerder kaartje.
Bingo!
Tik de begrippen aan die je hebt doorgestreept
Bonusvraag
Bonusvraag
Schrijf op papier, op je bonusstrookje.
Alle drie de rondes gespeeld
Klaar!
Drie keer bingo. Je kent de begrippen van hoofdstuk 1 en 2 nu goed.
Nu nog:
- Maak je bonusstrookjes af en lever ze in bij de docent.
- Leg je bingokaarten in de bak.